Andermans vonnis: van belang in mijn zaak?

In ons rechtsstelsel zijn er verschillende rechtsbronnen, waaronder de meest bekende natuurlijk “de wet”. Een andere belangrijke is de jurisprudentie: rechtspraak, de uitspraken van rechters. In hoeverre kan zo’n eerder gedane uitspraak nu van belang zijn in een zaak?

Door Chantal van der Poel

 

vonnis

We leggen het uit aan de hand van een heel actueel onderwerp: de Regeling fosfaatreductieplan 2017. Over de Regeling en de gevolgen daarvan is al veel geschreven in de krant. Veel melkveehouders kondigden aan te stoppen. In het kort komt de regeling er op neer: de hoeveelheid mest moet minder, en dus moet het aantal koeien omlaag. De Regeling moet dit bewerkstelligen.

Melkveehouders konden zich niet in het plan vinden en spanden een kort geding aan. Niet alle melkveehouders deden dit echter. Wat kunnen zij nu met de uitspraak van de kort geding rechter?

Rechtspraak

Bij de behandeling van een zaak wordt regelmatig de rechtspraak geraadpleegd om te kijken hoe in soortgelijke situaties eerder is beslist. De uitspraken van eerdere rechters kunnen namelijk van belang zijn in een zaak. Daar waar de wetgeving onduidelijk is, of voor meerdere opvattingen vatbaar, biedt de rechtspraak vaak uitkomst. Er wordt door rechters onderscheid gemaakt door welke instantie de eerdere rechtspraak is gewezen. Zo wordt bijvoorbeeld aan een uitspraak van een Gerechtshof een zwaarder gewicht toegekend, dan aan een uitspraak van de rechtbank. Als advocaat verwijzen wij regelmatig naar relevante rechtspraak ten behoeve van de zaak van een klant. Het zou immers voor een ongelijke situatie zorgen indien afwijkend wordt beslist.

Een voorbeeld: de regeling fosfaatreductieplan 2017

Op 1 maart 2017 is de Regeling fosfaatreductieplan 2017 in werking gesteld. Het doel van die Regeling is dat melkveehouders het aantal vrouwelijke runderen op hun bedrijf verminderen tot het peil van 2 juli 2015. Slagen de melkveehouders daar niet in, dan moeten zij een heffing betalen, en het kan dan gaan om forse bedragen. Meerdere melkveehouders hebben tegen deze Regeling een kort geding gestart tegen de Staat, omdat zij door de Regeling onredelijk hard worden getroffen.

Uitspraak 4 mei 2017

In het kort, de kort geding rechter heeft geoordeeld dat de Regeling een onevenredige last op de melkveehouders legt. De Regeling was in deze vorm niet voorzienbaar en biedt geen enkele compensatie voor de melkveehouders. Dit geldt onder andere voor:

  • biologische melkveehouders;
  • melkveehouders die vóór 2 juli 2015 onomkeerbare financieringsverplichtingen zijn aangegaan.

De rechter heeft de Regeling voor deze bedrijven die het kort geding hebben aangespannen daarom buiten werking gesteld. De uitspraken zijn via deze link te vinden: https://tinyurl.com/ksb2kth

Wat kunnen melkveehouders die geen kort geding zijn gestart hier mee?

Voor de melkveehouders die het kort geding zijn gestart hebben de uitspraken direct werking. De overwegingen van de rechter zijn geformuleerd op een zodanige wijze dat deze ook zouden gelden voor andere biologische melkveehouders en melkveehouders die vóór 2 juli 2015 onomkeerbare financiële gevolgen zijn aangegaan.

De Staatssecretaris zal naar verwachting gaan reageren op de uitspraak van de rechter. Mocht de Staatssecretaris de Regeling voor de overige melkveehouders in stand laten, dan kunnen zij ook juridisch actie ondernemen en een beroep doen op de rechtspraak van 4 mei 2017.  Ten tijde van deze blog was nog niet bekend of door de Staat spoedappel wordt ingesteld tegen vonnis.

Conclusie

Met een zijspoor naar de melkveehouders en de Regeling Fosfaatreductieplan 2017 kan worden gesteld dat rechtspraak zeer belangrijk is in procedures. Er kan een beroep op worden gedaan en naar verwezen. De rechtspraak is in allerlei procedures, of het nu het arbeidsrecht, het personen- en familierecht of het ondernemingsrecht betreft, van groot belang.