Herhaaldelijk staande houden vanwege patsercriteria vaak niet onrechtmatig

“Wie het hoofd boven het maaiveld uitsteekt…”. De politie mag profileren op basis van ongebruikelijk bezit, zoals bepaalde auto’s. Dit betekent echter nog niet dat de politie vanwege het bezit van een auto ook direct het recht heeft om een burger staande te houden.

Strafrecht - Jeugdstrafrecht

Het kan het voorkomen dat een bezitter van een duur voertuig vaak staande wordt gehouden. De politie maakt namelijk lang niet altijd aantekening van wie zij heeft staande gehouden. Eén van de bezitters van een opvallende auto heeft bij de Nationale Ombudsman geklaagd over het feit dat hij voortdurend staande werd gehouden. Vervolgens is hij ook een gerechtelijke procedure gestart, omdat hij van mening was dat de politie hiermee onrechtmatig handelt. Hierna wordt de uitkomst van beide procedures besproken.

 

Procedure bij de Ombudsman

De Nationale Ombudsman vond in deze specifieke situatie dat het handelen van de politie onbehoorlijk was. Nadat de persoon in kwestie een aantal malen was gecontroleerd, hoefde hij immers niet nogmaals met enige regelmaat aangehouden te worden. De gecontroleerde had zelf geen controle over het aantal malen waarop hij staande werd gehouden, terwijl de politie hiervoor wel een systeem in het leven zou kunnen roepen.

Dit oordeel van de Ombudsman betekent echter nog niet dat de politie onrechtmatig handelt. Onbehoorlijk en onrechtmatig zijn twee verschillende begrippen. Het eerste begrip kwalificeert hoe de overheid zich gedraagt. Aan het tweede begrip kunnen in het civiele recht gevolgen worden verbonden, zoals een eventuele schadevergoeding.

 

Procedure bij de Rechtbank

De Rechtbank[1] heeft uiteindelijk geoordeeld dat de politie in deze zaak niet onrechtmatig heeft gehandeld. Daarbij ging de Rechtbank allereerst uit van de maatstaf die de Hoge Raad[2] heeft opgelegd: strafrechtelijk optreden kan onrechtmatig zijn indien van aanvang af een rechtvaardiging voor het politieoptreden heeft ontbroken doordat (bijvoorbeeld) er van aanvang af geen redelijk vermoeden van schuld aanwezig was.

Vervolgens trekt de Rechtbank de conclusie dat er telkens wel een reden aanwezig is geweest om de autobezitter staande te houden. Hij gedroeg zich namelijk telkens opvallend in het verkeer én met een opvallende auto. Die combinatie is voldoende als startpunt voor een staande houding. De politie kan vervolgens niet worden verweten dat zij geen registratiesysteem hebben. Bij iedere staande houding begint de politie qua kennis over de autobezitter weer op “nul”. En dat betekent automatisch ook dat de  staande houdingen volgens de Rechtbank opeens ook worden aangemerkt als staande houdingen in verband met een redelijke verdenking van witwassen.

De conclusie is dat een bezitter van een opvallende auto de herhaaldelijke staande houdingen maar moet accepteren. De autobezitter heeft misschien nog hoger beroep aangetekend.

Wanneer u hierover meer vragen heeft, kunt u contact opnemen met onze advocaten strafrecht.

 

[1] http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:15504

[2] http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2006:AV6956