Over verknochtheid bij een gemeenschap van goederen: man moet zijn lego delen

De man en de vrouw zijn in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd en zijn voornemens om van elkaar te scheiden.

Uitgangspunt is dan dat zowel bezittingen als schulden bij helfte moeten worden verdeeld.

Een uitzondering kan een aan een partij verknochte zaak zijn, zodat deze buiten de gemeenschap valt en dus niet hoeft te worden verdeeld.

door Chantal van der Poel

Personen- en Familierecht - Erfrecht - Jeugdrecht

Het zijn bezittingen of schulden die op één of andere bijzondere manier verbonden zijn aan één van de partners. De Hoge Raad heeft strenge eisen gesteld aan de voorwaarden voor verknochte goederen, zodat iemand zich niet zondermeer kan beroepen op verknochtheid bij een scheiding. Voorbeelden van verknochte zaken kunnen zijn een strafrechtelijke boete of smartengeld. Of een bezit of schuld in een casus verknocht is, zal veelal voor discussie vatbaar zijn. Er zijn in elk geval talrijke echtscheidingsprocedures (geweest) waarbij deze discussie aan de orde is.

Een mooi voorbeeld is van de rechtbank Den Haag, over welke casus ik hierboven reeds ben begonnen. De man verzamelt Lego en is van mening dat de opgebouwde collectie – vanwege de bijzondere aard en de grote emotionele waarde ervan – aan hem is verknocht, zodat deze buiten de verdeling dient te blijven.  (Rechtbank Den Haag 29 september 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:11584)

De vrouw erkent dat de Lego deze bijzondere emotionele waarde heeft voor de man, maar betwist dat er sprake is van verknochtheid. Dit is immers in haar belang.

De rechtbank Den Haag oordeelt als volgt.

De rechtbank overweegt dat van verknochtheid van goederen in de zin van artikel 1:94 lid 3 BW sprake is indien en voor zover een goed een zodanige band heeft met de persoon van een der echtgenoten, dat het ongewenst is dat een of meer van de gevolgen die verbonden zijn aan het vallen in de gemeenschap met betrekking tot dat goed intreden. Hoewel de rechtbank zich kan voorstellen dat de man bijzonder gehecht is aan zijn Lego-collectie, is in casu geen sprake van onvervreemdbare en hoogst persoonlijke goederen of rechten die zijn verbonden met de persoon van de man. Ondanks de bijzondere affectiewaarde zijn de gevolgen van het in de gemeenschap vallen van de verzameling Lego juridisch niet ongewenst. Immers, de verzameling kan aan de man worden toegedeeld en de waarde worden verrekend. De rechtbank beslist dienovereenkomstig.

Vervolgens twisten de man en vrouw nog over de aan de Lego collectie toe te kennen waarde. De vrouw stelt de waarde op € 4.365, hetgeen neerkomt op de nieuwaarde, terwijl de man de man de Lego taxeert op € 1.510, de huidige waarde in het economische verkeer.

De rechtbank stelt de waarde vast op € 2.900: het afgeronde gemiddelde van de door partijen genoemde bedragen. Gebleken is dat de Lego in goede staat is en dat in veel gevallen de originele verpakking nog aanwezig is, zodat de rechtbank er vanuit gaat dat er sprake is van een aanzienlijke (verzamel)waarde. Dit leidt er dan uiteindelijk toe dat de man een bedrag van € 1.450 aan de vrouw dient te betalen, namelijk de helft van de waarde ad € 2.900.